Op voldoende afstand van elkaar planten vrijwilligers van het IVN de jonge bomen in het Tiny Forest.
Op voldoende afstand van elkaar planten vrijwilligers van het IVN de jonge bomen in het Tiny Forest. (Foto: Marieke Roggeveen)

Vrijwilligers planten derde Tiny Forest

Vanwege de uitbraak van het Coronavirus is de Nationale Boomfeestdag op woensdag 18 maart afgelast. Met hulp van negen vrijwilligers van het IVN (het Instituut voor Natuureducatie) is op deze dag toch het Tiny Forest achter Bezoekerscentrum De Veenweiden geplant. 

Alphen aan den Rijn – “We zouden dit gaan doen met de hulp van de kinderen van de BSO De PaddenPoel en de IVN-jeugdgroepen de Fladderaars en de Vlinders,” vertelt Gerda Bonninga (coördinator jeugd IVN), “De boompjes waren al 'in huis' en nu wordt het bos toch geplant. Op een later moment krijgen de kinderen alsnog een boomplantfeestje.”

Minibos

Een Tiny Forest is een dichtbegroeid minibos met inheemse bomen en planten ter grootte van een tennisbaan. Een belangrijk doel van een Tiny Forest is het groener en gezonder maken van de omgeving, Ook brengt een Tiny Forest de natuur letterlijk dichterbij: kinderen leren in het buitenlokaal over de natuur en buurtbewoners kunnen elkaar op een prettige en gezonde plek ontmoeten. Het Tiny Forest in het Zegerplasgebied is het derde Tiny Forest binnen de gemeente Alphen aan den Rijn. De PaddenPoel, de Vlinders en de Fladderaars hebben dit nieuwe minibos geadopteerd.

Vogelslingers

“De kinderen die het minibos hebben geadopteerd, zijn aangewezen als Rangers,” legt Gerda Bonninga uit. “Zij helpen mee met het beheer van het bos en houden de groei van ‘hun’ boom in de gaten: hoe hard groeit hij? Hoe dik is de stam? Verder gaan ze bodemonderzoek doen naar kleine dieren en maken ze vogelslingers en nesthulpen voor de vogels. Zo leren ze steeds meer over het leven in ‘hun’ bos.”

Avontuurlijk bos

Nadat de jonge bomen zijn opgehaald en tegen het hek zijn geplaatst, legt coördinator Wim Dieho aan de vrijwilligers uit wat de bedoeling is: “Het wordt een bos met een kroonlaag van verschillende hoogtes. We planten eerst de grote bomen zoals de zomereik, daarna volgen de kleinere bomen zoals de meidoorn en de lijsterbes, en als laatste de kleinste bomen en heesters."

Dit alles gebeurt met een tussenstand van dertig tot veertig centimeter van elkaar in materiaal dat ervoor zorgt dat het bos snel groeit. Aan het eind van het jaar zijn de bomen al meer dan een meter hoog. Vrijwilligers Jack en Jenny Heemskerk vinden het leuk om mee te helpen: “We houden van de buitenlucht en wij vinden het het belangrijk dat de kinderen meer groen in hun omgeving hebben.” Terwijl Jenny een schop in de grond steekt, vertelt Jack dat hij regelmatig terug zal komen voor snoeiwerk. “En ook om tegen de boompjes te praten, zodat ze goed gaan groeien!”

Marieke Roggeveen

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden