Ron van der Lem
Ron van der Lem (Foto: Hielco Kuipers)

Oudere ik

Ron van der Lem

Iedereen heeft op zijn manier een verstandhouding met zijn vader. Zelfs ik.

Die van mij is inmiddels zevenentachtig jaar oud. Tot voor kort was hij heel kranig en deed hij in zijn huis eigenlijk nog alles zelf. Een keer per week kwam er een vrolijke muts (Haags voor 'dame') schoonmaken. Mijn moeder is al veel langer geleden overleden, vandaar.

Als Haags jochie begon mijn pa ooit als verwarmingsmonteur en dat kostte hem op den duur zijn rug. Bovendien gebruikten ze in de jaren vijftig asbest voor diverse klussen, nog niet wetend wat voor sluipmoordenaar dat is. Die verramponeerde rug deed hem beslissen zich om te scholen. Hij werd technisch tekenaar.

Mijn pa groeide verder uit tot een enorm sociaal dier. De ultieme voorzitter was hij. Volgens mij is hij het veertig jaar geweest bij de voetbalclub. Ook privé was hij altijd in gezelschap snel het middelpunt door zijn vrolijke plus zalvende praatjes en zijn organisatietalent. En je zette hem voor een groot gezelschap en hij ontpopte zich als een cabaretier.

Dit alles lukte hem tot op vrij hoge leeftijd. De laatste tijd gaat het snel bergafwaarts. De asbestlongen spelen meer en meer op. En hij mankeert voortdurend iets en dat knaagt aan hem. Hij is niet langer een sfeer- of grappenmaker. Hij wordt ook met de dag hulpbehoevender en daar baalt hij als uiterst zelfstandige man met een nog ijzersterke geest enorm van. Mijn pa komt zowat zijn stoel niet meer uit en klaagt steen en been als je bij hem langs gaat. Wij als familie lijden uiteraard met hem mee en hebben begrip voor de situatie. Nu heeft mijn pa nog betrokken kinderen, aanhang en (achter)kleinkinderen die dagelijks voor afleiding zorgen en hem helpen. Er zullen vele duizenden oudjes zijn die dat geluk niet hebben. Wat lijkt me dat afschuwelijk. Dan is heel oud worden eigenlijk een straf.

Meer berichten