Ook de zorgen over de toekomstige ontwikkelingen zijn duidelijk het grootst in het westen van het land, met wederom de westelijke Randstad als uitschieter.
Ook de zorgen over de toekomstige ontwikkelingen zijn duidelijk het grootst in het westen van het land, met wederom de westelijke Randstad als uitschieter. (Foto: Rene Koster)

Nationale Landschap enquête: 81% maakt zich zorgen om landschap

Het landschap van de provincie Zuid-Holland krijgt het laagste rapportcijfer van Nederland. Rond Rotterdam en de zuidrand van Den Haag krijgt het zelfs een onvoldoende. Dat blijkt uit de Nationale Landschap Enquête van Natuurmonumenten uitgevoerd door Wageningen Environmental Research. Ook de zorgen over de toekomstige ontwikkelingen zijn duidelijk het grootst in het westen van het land, met wederom de westelijke Randstad als uitschieter. Anneklaar Wijnants, provinciaal ambassadeur Zuid-Holland van Natuurmonumenten: Een urgent en helder signaal voor de provincie Zuid-Holland, verantwoordelijk voor landschap en natuur, om hier vlak voor de Statenverkiezingen actie op te ondernemen!

Grootste publieksraadpleging over landschap

Eind november 2018 lanceerde Natuurmonumenten de publieksraadpleging over het landschap in ons land. Met ruim 45.000 respondenten, waarvan 7.131 uit Zuid-Holland, is het de grootste publieksraadpleging over ons landschap ooit. Deelnemers zijn gevraagd hun waardering te geven over het landelijk gebied in hun woonomgeving. Er blijken grote regionale verschillen. Drenthe krijgt een gemiddeld rapportcijfer van 8,1 en Zuid-Holland krijgt een 6,7. Vooral de westelijke Randstad scoort aanzienlijk lager met een 6,5 of minder. Rond de drie grootste steden is dit zelfs soms onder de 6. Gemiddeld over Nederland krijgt het landelijk gebied een 7,5.

Druk op ruimte in Zuid-Holland

Anneklaar Wijnants, provinciaal ambassadeur Zuid-Holland van Natuurmonumenten: In geen andere provincie zijn industrieterreinen, wegen en woningen zo prominent aanwezig en nergens in Nederland willen zoveel mensen (80%) meer ruimte voor de natuur. Als we in deze drukbevolkte provincie de schaarse groengebieden, zoals het Groene Hart en Midden-Delfland niet open houden, wil straks niemand hier meer wonen. Daarvoor is een stevige sturing vanuit de overheid nodig, maar die ontbreekt momenteel. Vooral de provincie zou hierin veel meer regie moeten pakken. Opvallend is dat het juist de gemeenten zijn, in die schaarse groene gebieden, die zich hardmaken voor het behoud van hun waardevolle omgeving. Dit terwijl de provincies verantwoordelijk zijn voor natuur en landschap. Zij nemen besluiten over de toekomst van ons land. Op 20 maart zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Dat is hét moment voor alle Nederlanders om te kiezen voor een groen en levend landschap.

Meer ruimte voor natuur buiten natuurgebieden

Met alleen het beschermen van natuurgebieden kunnen we de Nederlandse natuur niet redden. Want het grootste deel van ons platteland wordt beheerd door boeren en juist hier bleek de achteruitgang van de biodiversiteit het grootst. Op het boerenland liggen dan ook de meeste kansen om de natuurwaarden weer te herstellen. 81% van de deelnemers wil dat boeren beloond worden voor natuur- en landschapsvriendelijke maatregelen. Voor intensieve landbouw worden deze gebieden niet geschikt geacht. De samenwerking die Natuurmonumenten onlangs sloot met Friesland Campina is daar een mooi voorbeeld van. Samen met boeren brengen de boswachters bloemrijke bermen en bloeiende weides terug. De boeren krijgen hiervoor extra betaald en er komt meer ruimte voor bloemen en insecten.

Opwekken duurzame energie op de juiste plek

De respondenten geven ook het signaal dat zorgvuldige ruimtelijke inrichting nodig is. Ze vinden dat er ruimte moet blijven voor het opwekken van duurzame energie, maar dan wel op logische plekken. Ruim 90% van de deelnemers vindt daken van woningen en bedrijven geschikt voor zonnepanelen. Windmolens willen ze bij snelwegen, havens en bedrijventerreinen (88%). Natuurgebieden en kleinschalige landschappen vinden deelnemers ongeschikt voor het opwekken van duurzame energie.

Het wordt stil in het buitengebied

Naast de waardering van het landschap, maakt 63% van de Nederlanders zich ook zorgen over het verdwijnen van bloemen, insecten en vogels in het buitengebied. Marc van den Tweel, algemeen directeur Natuurmonumenten: Het valt mensen op dat ons landschap steeds stiller en kleurlozer wordt. Karakteristieke landschapselementen verdwijnen en bedrijventerreinen rukken op. Ook de kinderen valt dit op: 76% maakt zich zorgen over het verdwijnen van dieren als vlinders, bijen, vogels en reeën. Mensen waarderen hun woonomgeving hoger als ze meer dieren, bomen, houtwallen en bloemen zien, blijkt uit het onderzoek. Van den Tweel: Wilde bloemen geven kleur aan onze omgeving en voeding aan insecten. Ze vormen de onmisbare basis voor sterke natuur. Vorig jaar wees onderzoek uit dat twee derde van alle insecten verdween in nog geen dertig jaar tijd. Zonder bloemen geen insecten, zonder insecten geen vogels. Natuurmonumenten zet zich daarom in voor een bloemrijker Nederland. Iedereen kan helpen om plek te maken voor wilde natuur: in parken en tuinen, op bedrijventerreinen of in agrarisch gebied. Natuurmonumenten vraagt grondeigenaren hun bermen, sloten, parken en akkerranden in te zaaien met wilde bloemen en minder vaak te maaien zodat insecten voedsel en bescherming kunnen vinden.

Meer berichten