Marie-José Verweij
Marie-José Verweij (Foto: Pieter Wagenaar)

Gedraag je nu eens!

Marie-José Verweij

Met een groep onbekende mensen urenlang in een afgesloten ruimte zitten, kan op den duur leiden tot irritaties. Mijn elf uur durende vlucht naar Thailand is hiervan een goed voorbeeld.

Met nog ruim vier uur voor de boeg schrik ik wakker van toetergeschal. Althans, daar lijkt het op doordat ik even was weggezakt in een onrustige droom. In werkelijkheid snuit iemand een paar rijen verderop zijn neus. Een kabaal dat makkelijk een heel orkest overstemt.

Ik open één oog en wens dat ik minstens een uur van de vlucht heb weg geslapen. Zuchtend concludeer ik dat het vliegtuigje op het scherm nog geen millimeter is opgeschoten sinds de vorige keer dat ik keek, negen minuten geleden. Ik neem een andere zithouding aan en sluit mijn ogen in de hoop toch wat te kunnen slapen. Iets dat mij normaal gesproken goed afgaat in een vliegtuig.

Het wordt nu toch wel bijzonder irritant

Vandaag is echter anders. Los van de twee krijsende baby's zijn het vooral de meiden achter me die er op creatieve wijze voor weten te zorgen dat ik geen moment rust heb. Hun oneindige geklets is niet het probleem- ik heb oordopjes- maar het duwen tegen mijn stoelleuning wordt nu toch wel irritant.

Het duwen, waardoor mijn hoofd continu in beweging is, houdt namelijk al uren aan. Vermoedelijk speelt de jongedame achter me een spelletje waarbij ze uit alle macht haar vinger door het scherm in mijn stoelleuning probeert te boren. Althans, zo lijkt het. Al heen en weer schuddend troost ik mezelf met de gedachte dat ze het spel vast een keer zat is en iets anders gaat doen om de tijd te doden.En inderdaad. Na een tijdje stopt het tikken en sluit ik tevreden mijn ogen. Helaas is mijn vreugde van korte duur.

Een aantal seconden later voel ik mijn stoelleuning een heel stuk achterover hellen en wordt er een plukje haar uit mijn hoofd getrokken. Ik draai me om en zie de meiden hangend aan mijn stoel zich richting het gangpad bewegen.
Dat je ook op je eigen stoel kan leunen om het gangpad te bereiken, is klaarblijkelijk nog niet bij hen opgekomen.
Nadat de stoelleuning tegen mijn hoofd is teruggeveerd, bekijk ik de meiden.


Ze lijken weinig oog te hebben voor hun medemens en aan hun ongenuanceerde gevloek te horen is dat ook niet iets dat bij hen hoog in het vaandel staat in het dagelijks leven. Wanneer ze terug zijn op hun plek en het tikken opnieuw begint, besluit ik maar een film te gaan kijken. Gaat het me toch een keer lukken om wakker te blijven tijdens een film, denk ik hoopvol.

Meer berichten